Paardenbakverlichting: gemeenten en vergunningen

paardenbakverlichting en vergunningen

Zodra een vergunning wordt aangevraagd voor de aanleg van een paardenbak, stallen etc, is het wijs om direct ook de paardenbakverlichting mee te nemen zodat je maar één keer met de gemeente hoeft te overleggen. Gemeenten stellen vaak eisen aan rijbakverlichting, bijvoorbeeld:

– maximale hoogte van de lichtmasten;
– maximaal aantal lichtmasten;
– kleur van de lichtmasten;
– kleur van het licht.

Gemeenten stellen eisen om de impact op de omgeving te beperken en vermoedelijk om eventuele lichtschade te beperken. Vermoedelijk…Wij schrijven vermoedelijk omdat de eisen die wij zo nu en dan voorbij zien komen tegenstrijdig zijn, het vermoedelijke doel missen en soms zelfs gevaarlijk zijn voor paard en ruiter. Dat is ook de reden voor deze post.

Het beperken van de impact op de omgeving lijkt men te doen door het aantal en de hoogte van de lichtmasten te beperken en eventueel een kleur voor te schrijven van de lichtmasten. Bij een paardenbak van 20 x 60 meter mogen bijvoorbeeld maar 3 lichtmasten worden geplaatst van maximaal 6 meter hoog of maximaal twee bij een 20 x 40 paardenbak. Op het eerste gezicht lijkt deze beperking logisch en het doel te behalen, maar in de praktijk heeft zo’n installatie een nogal forse beperking die bij donker zichtbaar wordt, namelijk lichtvervuiling én gevaar voor zowel paard als ruiter.

Lichtvervuiling

Lichtvervuiling ontstaat zodra een armatuur niet optimaal op het te belichten deel staat gericht. Een armatuur dat hoog hangt zal voornamelijk naar beneden schijnen waardoor deze weinig lichtvervuiling zal veroorzaken. Een armatuur dat lager hangt maar wel hetzelfde oppervlak moet beschijnen, zal schuiner moeten worden gericht om hetzelfde oppervlak te te kunnen verlichten waardoor het lichter sneller buiten de paardenbak zal vallen-> lichtvervuiling. Hoe hoger de mast, hoe horizontaler het armatuur kan worden gemonteerd en hoe minder lichtvervuiling. Bij een lage mast dient het armatuur schuiner te worden gemonteerd om iedere hoek van de paardenbak te kunnen verlichten waardoor het licht meer buiten de bak valt. Conclusie: een hogere mast levert bij donker minder lichtvervuiling op.

Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan zodra licht in de ogen van paard of ruiter (m/v) kunnen schijnen. Wanneer masten hoog genoeg zijn, op de juiste positie zijn geplaatst en zoveel mogelijk direct naar beneden schijnen, zal dit niet snel voorkomen. Een ander verhaal wordt het wanneer er slechts een paar lichtpunten zijn die op een lage hoogte zijn gemonteerd. Een gemiddeld paard heeft een schofthoogte van ca 165 cm, hier komt nog een meter voor de bestuurder bij, totale hoogte 2.65 meter. Wanneer de armaturen hangen op een hoogte van 6 meter en schuin zijn gemonteerd, is het niet ondenkbaar dat licht in de ogen van paard en ruiter zal schijnen waardoor kans op verblinding mogelijk is. Wij adviseren daarom om de masten zo hoog mogelijk op te hangen om dit soort situaties te voorkomen.

Heeft u vragen over een veilig lichtplan? Neem dan contact met ons op.